Citaat | Raad van State 14 maart 2018

Alinea 37 Raad van State 14 maart 2018

Een alinea uit Raad van State 14 maart 2018, ECLI:NL:RVS:2018:862.

3.2. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 1 november 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2964) is bij de beoordeling of de dreiging van gevaar of het vermoeden daarvan daadwerkelijk niet langer bestaat, van belang of de uithuisgeplaatste inmiddels een reële aanvang met de hulpverlening heeft gemaakt en of de verwachting gerechtvaardigd is dat hij aan de hulpverlening blijft meewerken. Doordat [appellant] in het buitenland verbleef, is het tijdens de eerste tien dagen niet mogelijk geweest om met hem zorgoverleg te voeren, waarbij veiligheidsafspraken konden worden gemaakt. Het enkel bereikbaar zijn per e-mail heeft de burgemeester in redelijkheid daartoe onvoldoende kunnen achten, gezien het belang van de persoonlijke aanwezigheid voor een goede beoordeling van de situatie. Nu [appellant] geen reële aanvang met de hulpverlening had gemaakt, was de burgemeester bevoegd het opgelegde huisverbod te verlengen. Van deze bevoegdheid heeft de burgemeester in redelijkheid gebruik kunnen maken. De rechtbank is terecht tot hetzelfde oordeel gekomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/20e54f4571b6ff283d73e4eea5d6b34d0190264fac75581c6f1b12f7e8a64bcd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 20e54f4571b6ff283d73e4eea5d6b34d0190264fac75581c6f1b12f7e8a64bcd, en de alinea staat in dat document op bytes 13078 tot 14160.