Citaat | Raad van State 16 januari 2019

Alinea 28 Raad van State 16 januari 2019

Een alinea uit Raad van State 16 januari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:103.

4.1. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (zie de uitspraken van de Afdeling van 28 mei 2014, ECLI:NL:RVS:2014:1912 en 4 oktober 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2641), is de overtreder degene die het desbetreffende wettelijke voorschrift daadwerkelijk heeft geschonden. Dat is in de eerste plaats degene die de verboden handeling fysiek heeft verricht. Daarnaast kan in bepaalde gevallen degene die de overtreding niet zelf feitelijk heeft begaan, doch aan wie de handeling is toe te rekenen, voor de overtreding verantwoordelijk worden gehouden en derhalve als overtreder worden aangemerkt. Deze mogelijkheid staat los van de mogelijkheid om degene die de verboden handeling fysiek heeft verricht aan te spreken. Het is dus, anders dan [appellant] lijkt te veronderstellen, niet zo dat deze persoon pas als overtreder mag worden aangemerkt als degene die de verboden handeling fysiek heeft verricht niet voor de overtreding verantwoordelijk wordt gehouden. Bovendien is gelet op de bewoordingen van de verbodsbepaling in artikel 30, eerste lid, aanhef en onder a, van de Huisvestingswet, het verbod gericht tot meerdere personen, waardoor niet is uitgesloten dat meerdere personen dit verbod tegelijkertijd overtreden (vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 7 februari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:428). Daarbij is in dit geval van belang dat, zoals de rechtbank heeft overwogen, op de eigenaar van een pand die dat verhuurt een eigen verantwoordelijkheid voor het rechtmatig gebruik van de woning rust. Zoals de Afdeling eveneens in voormelde uitspraak van 28 mei 2014 heeft overwogen, mag van de eigenaar worden gevergd dat hij zich tot op zekere hoogte informeert over het gebruik dat van het verhuurde pand wordt gemaakt. Om niet verantwoordelijk te kunnen worden gehouden voor onrechtmatig gebruik van het door hem verhuurde pand dient de eigenaar aannemelijk te maken dat hij niet wist en niet kon weten dat het pand aldus werd gebruikt. Gelet hierop rustte op [appellant] een zorgplicht om zich over het gebruik van de woning te informeren. De rechtbank heeft terecht overwogen dat voor zover [appellant] niet wist dat voor het onttrekken van woningen aan de bestemming tot bewoning een onttrekkingsvergunning was vereist, dit voor zijn rekening en risico komt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bcd00d64308eb7a8e6fd598118efb7f1f81ec8324dc929faf501b09ac613ccb5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bcd00d64308eb7a8e6fd598118efb7f1f81ec8324dc929faf501b09ac613ccb5, en de alinea staat in dat document op bytes 8274 tot 10555.