Citaat | Raad van State 3 april 2019
Alinea 29 Raad van State 3 april 2019
Een alinea uit Raad van State 3 april 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1046.
3.3. In artikel 1.7, eerste lid, van de Wet brp is voor bestuursorganen de plicht neergelegd om gebruik te maken van de gegevens uit de brp. Artikel 3, tweede lid, van de Awir sluit hierbij aan. Het gaat om een beginselplicht. Volgens de wetgever zou volledige afhankelijkheid van de gegevens in de basisregistratie het doel van de basisregistratie, te weten het ondersteunen van de taakuitoefening van bestuursorganen, voorbij schieten. Een verplichting om altijd de gegevens in de basisregistratie te gebruiken zou ook de eigen waarneming van het bestuursorgaan ten aanzien van de burger aantasten. Daarmee wordt de rol van het bestuursorgaan als terugmelder van mogelijke fouten in de basisregistratie ondergraven terwijl die rol juist een instrument is om de kwaliteit van de basisregistratie te bevorderen (Kamerstukken II 2011/12, 33 219, nr. 6, blz. 35). In artikel 2.34, eerste lid, van de Wet brp is daarom de verplichting opgenomen dat een bestuursorgaan dat gerede twijfel heeft over de juistheid van een gegeven dat in de brp is opgenomen, mededeling moet doen aan het college van burgemeester en wethouders van de bijhoudingsgemeente. Daarop aansluitend volgt uit artikel 1.7, tweede lid, aanhef en onder b, van die wet dat, in die gevallen, het bestuursorgaan niet meer verplicht is om dat gegeven te gebruiken. Het bestuursorgaan zal zich vervolgens een eigen oordeel moeten vormen over de bij de uitvoering van zijn taak te hanteren gegevens. Nu het de Belastingdienst/Toeslagen naar aanleiding van het bezwaar van [wederpartij] van 19 september 2019 bekend was dat [wederpartij] haar woning had verkocht en niet meer woonde op het adres in Leiden, was sprake van gerede twijfel aan de juistheid van het adres in de brp en had de dienst een terugmelding moeten doen. Door in dit geval geen terugmelding te doen, heeft de Belastingdienst/Toeslagen niet voldaan aan de plicht die volgt uit artikel 2.34, eerste lid, van de Wet brp. Op grond van artikel 1.7, tweede lid, aanhef en onder b, van de Wet brp was de dienst na het doen van een terugmelding niet verplicht uit te gaan van het adres van [wederpartij] in de brp.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8bffeef9171cdaa9b0b5435c0c5b5940bffafdc19ca86517e791ab6932f24176. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8bffeef9171cdaa9b0b5435c0c5b5940bffafdc19ca86517e791ab6932f24176, en de alinea staat in dat document op bytes 10406 tot 12559.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8bffeef9171cdaa9b0b5435c0c5b5940bffafdc19ca86517e791ab6932f24176 | shasum -a 256