Citaat | Raad van State 3 april 2019

Alinea 71 Raad van State 3 april 2019

Een alinea uit Raad van State 3 april 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1060.

10.5. De Afdeling kan zich goed indenken dat een hogerberoepsprocedure die eindigt in een uitspraak met een verkorte motivering, zonder dat de zaak op een zitting is behandeld, als onbevredigend kan worden ervaren voor degenen die bij die zaak zijn betrokken. Het grote aantal zaken waarin de Afdeling toepassing kan geven aan artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000 wordt echter in belangrijke mate bepaald door de hoge kwaliteit waarmee rechtbanken individuele rechtsbescherming bieden binnen de mogelijkheden van de Awb en de Vw 2000 (vergelijk in dit opzicht r.o. 8.3 van de uitspraak van de Afdeling van 13 april 2016, ECLI:NL:RVS:2016:890). Het aantal gevallen waarin de Afdeling zich genoodzaakt ziet een uitspraak van een rechtbank te corrigeren, is dan ook beperkt. (zie noot 2)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/16f3ccbf17be4e1129b21e1f4bf15f58dc39f52be9ecf48cca3d904761849887. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 16f3ccbf17be4e1129b21e1f4bf15f58dc39f52be9ecf48cca3d904761849887, en de alinea staat in dat document op bytes 34942 tot 35747.