Citaat | Raad van State 3 april 2019
Alinea 41 Raad van State 3 april 2019
Een alinea uit Raad van State 3 april 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1065.
4. [appellant] betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat de brief van 7 oktober 2016 een beschikking is als bedoeld in artikel 1:3, tweede lid, van de Awb en het college derhalve zijn bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard. In de brief is namelijk vastgesteld welk bedrag aan leges wordt geheven en daarmee bestond voor hem de verplichting om te betalen. Tegen deze brief kon volgens hem daarom bezwaar worden gemaakt. De rechtbank heeft volgens hem ten onrechte overwogen dat hij tegen de aanslag bij Tribuut bezwaar had moeten maken omdat Tribuut slechts zorgdraagt voor de uitvoering van de inning van de leges.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/94ffeca3f94a85dba88cad2ab680f7ee8f380a3a4973ebead5f3ed7bc7e6aeb6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 94ffeca3f94a85dba88cad2ab680f7ee8f380a3a4973ebead5f3ed7bc7e6aeb6, en de alinea staat in dat document op bytes 11706 tot 12356.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/94ffeca3f94a85dba88cad2ab680f7ee8f380a3a4973ebead5f3ed7bc7e6aeb6 | shasum -a 256