Citaat | Raad van State 10 april 2019

Alinea 28 Raad van State 10 april 2019

Een alinea uit Raad van State 10 april 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1109.

4.1. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (zie de uitspraak van de Afdeling van 17 oktober 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3350), bevat de Wet politiegegevens (hierna: Wpg) een uitputtende regeling voor de verstrekking van politiegegevens als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder a, van die wet. Voor de beoordeling of gegevens als politiegegevens dienen te worden aangemerkt, is onder meer bepalend of die gegevens een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon betreffen. Daarbij dient te worden beoordeeld of die gegevens alleen of in combinatie met andere gegevens zo kenmerkend zijn voor die persoon dat deze daarmee kan worden geïdentificeerd. Bij deze beoordeling mogen alle middelen worden betrokken waarvan mag worden aangenomen dat zij redelijkerwijs door de verantwoordelijke dan wel enig ander persoon zijn in te zetten om die persoon te identificeren (Kamerstukken II 1997/98, 25 892, nr. 3, blz. 45-50). Voor ieder gegeven in een mutatie dient een dergelijke beoordeling te worden gemaakt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ebd2be1ebaf7ee226b53ec74f184b3855f4f845f1ab16fcdc47eb85d93c8c55a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ebd2be1ebaf7ee226b53ec74f184b3855f4f845f1ab16fcdc47eb85d93c8c55a, en de alinea staat in dat document op bytes 7302 tot 8338.