Citaat | Raad van State 10 april 2019
Alinea 36 Raad van State 10 april 2019
Een alinea uit Raad van State 10 april 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1109.
4.3. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (zie de uitspraak van 30 januari 2013, ECLI:NL:RVS:2013:BY9912), vloeit uit het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer, dat onder meer is vastgelegd in artikel 8 van het EVRM, voort dat degene over wie persoonsgegevens worden verwerkt door de politie, in de gelegenheid moet worden gesteld tot kennisneming van die gegevens. Dit brengt met zich dat een ieder in beginsel in de gelegenheid moet zijn om na te kunnen gaan of zijn gegevens worden verwerkt en, zo nodig, deze verwerking in rechte aan te vechten. Ingevolge artikel 13 van het EVRM heeft een ieder wiens in dat Verdrag gewaarborgde rechten of vrijheden zijn geschonden, recht op een daadwerkelijk rechtsmiddel voor een nationale instantie. Uit artikel 8, tweede lid, van het EVRM vloeit voort dat deze rechten niet absoluut van aard zijn, maar kunnen worden beperkt, als dit in een democratische rechtsorde noodzakelijk is, in het belang van onder andere de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen. In artikel 27 van de Wpg wordt van deze beperkingsmogelijkheid gebruikgemaakt. Weliswaar betoogt [appellante] terecht dat toepassing van artikel 27 ertoe leidt dat zij niet geheel inzicht krijgt in welke politiegegevens over haar zijn verwerkt, maar daartoe biedt artikel 8, tweede lid, van het EVRM de grondslag.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ebd2be1ebaf7ee226b53ec74f184b3855f4f845f1ab16fcdc47eb85d93c8c55a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ebd2be1ebaf7ee226b53ec74f184b3855f4f845f1ab16fcdc47eb85d93c8c55a, en de alinea staat in dat document op bytes 11338 tot 12702.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ebd2be1ebaf7ee226b53ec74f184b3855f4f845f1ab16fcdc47eb85d93c8c55a | shasum -a 256