Citaat | Raad van State 16 januari 2019

Alinea 28 Raad van State 16 januari 2019

Een alinea uit Raad van State 16 januari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:113.

4. De burgemeester betoogt dat de rechtbank ten onrechte tot het oordeel is gekomen dat hij niet van zijn bevoegdheid tot sluiting gebruik mocht maken. Hij voert daartoe aan dat gelet op de aangetroffen 6,92 g harddrugs, hetgeen meer is dan de gebruikershoeveelheid van 0,5 g, in beginsel mag worden aangenomen dat de drugs zijn bestemd voor verkoop, aflevering of verstrekking en het aan [wederpartij] is om aannemelijk te maken dat dat niet het geval is. De bestuurlijke rapportages zijn niet tegenstrijdig of onvolledig. [wederpartij] kan daaruit opmaken waar de drugs zijn aangetroffen. De rapportage van 31 mei 2017 is een verduidelijking van de rapportage van 6 januari 2017. Van onverenigbare feiten is geen sprake. De politie heeft de 16 XTC-pillen, 4,47 g harddrugs, in één locker aangetroffen. Het was aan [wederpartij] om aannemelijk te maken dat deze grote hoeveelheid XTC-pillen niet is bestemd voor verkoop, aflevering of verstrekking. Verder is duidelijk dat in de locker van een masseur 1,1 g cocaïne is aangetroffen. Het was duidelijk voor [wederpartij] dat het aan haar was om daarvan het tegendeel aannemelijk te maken. De rechtbank heeft de burgemeester ten onrechte verweten dat hij niet heeft vermeld in welke lockers of auto de op 26 november 2016 aangetroffen harddrugs zijn gevonden. De politie bepaalt de inhoud van de rapportages en niet de burgemeester. [wederpartij] is verantwoordelijk voor de gang van zaken in het lokaal. De persoonlijke verwijtbaarheid speelt geen rol bij de vraag of zich een situatie voordoet die tot sluiting van het lokaal noopt. Daarnaast heeft de rechtbank geen acht geslagen op de overige feiten en omstandigheden van het geval. Er zijn harddrugs gevonden in lockers van twee prostituees, de locker van een klant, op de tafel in een peeskamer, in de bar en op de parkeerplaats. Op de parkeerplaats is een boterhamzakje met 2,3 g harddrugs aangetroffen. Dit feit is wel aan de besluitvorming ten grondslag gelegd. Ook de afgelegde verklaringen van de prostituees dat klanten in het lokaal drugs gebruiken zijn van belang voor de besluitvorming. Verder blijkt uit het proces-verbaal van 23 november 2016 van twee pseudokopers dat een in de saunaclub werkzame prostituee heeft verteld dat bezoekers in het lokaal cocaïne gebruiken en dat zij dat ook aan bezoekers gaf. Tot slot heeft de rechtbank miskend dat aan bijlage 3 bij de bestuurlijke rapportage van 17 april 2017 wel bewijskracht toekomt omdat het om een proces-verbaal gaat dat op ambtseed dan wel ambtsbelofte is opgemaakt. De handgeschreven verklaring op blanco papier is de achterzijde van het proces-verbaal. Op de voorzijde is "z.o.z." vermeld. Gelet op al deze feiten en omstandigheden was hij bevoegd om tot sluiting van de saunaclub over te gaan. Van bijzondere omstandigheden die ertoe moeten leiden dat hij niet in redelijkheid van deze bevoegdheid gebruik heeft kunnen maken, is niet gebleken, aldus de burgemeester.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e6273cbb3d84a2875678c05599bff27126b96991d2be03adfcb4fa8413cbb02d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e6273cbb3d84a2875678c05599bff27126b96991d2be03adfcb4fa8413cbb02d, en de alinea staat in dat document op bytes 9288 tot 12252.