Citaat | Raad van State 29 mei 2019

Alinea 369 Raad van State 29 mei 2019

Een alinea uit Raad van State 29 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1781.

53.2. De locatie langs de N33 nabij Veendam is reeds vanaf 2000 in het provinciaal omgevingsbeleid aangewezen als geschikte locatie voor grootschalige windenergie. Daarbij werd ingezet op de realisatie van grootschalige windparken in of aansluitend op industrie. Zo is in het Provinciaal Omgevingsplan dat provinciale staten van Groningen in 2000 hebben vastgesteld vermeld dat locaties zijn aangewezen voor grootschalige windenergie op of in aansluiting op industrieterreinen in de provincie, omdat de opwekking van windenergie wordt gezien als een industriële activiteit die thuishoort op industrieterreinen. Met de ministers moet worden vastgesteld dat de industrieterreinen die waren voorzien rond de N33 slechts gedeeltelijk tot stand zijn gebracht. In de omstandigheid dat windpark N33 niet volledig aansluit op industrie, ziet de Afdeling echter geen aanleiding voor het oordeel dat zich op dit punt strijd voordoet met het rijks- en provinciaal beleid. De aansluiting op industrie was immers in zowel het rijks- als provinciaal beleid niet de enige reden om de locatie langs de N33 aan te wijzen als geschikte locatie voor grootschalige windenergie. Zo staat in bijlage 3 bij de notitie Reikwijdte en detailniveau Windpark N33 over het locatiebeleid voor nieuwe windturbines in de provinciale omgevingsplannen het volgende: "Bij de keuze voor de locatie N33 hebben in het verleden verschillende argumenten een rol gespeeld. Een belangrijk argument is de hoge windsnelheid in dit gebied waardoor het windpark een goed rendement kan halen. Daarnaast zijn verschillende activiteiten gebundeld, door de concentratie van de windparken, industrie en wegen. Hierdoor vinden ook effecten voor natuur, landschap en woon- en leefomgeving geconcentreerd plaats. Overige gebieden worden door de bundeling van activiteiten ontzien. Tevens is rekening gehouden met trek- en foerageerroutes van vogels." Dat in het rijksbeleid de mogelijke ligging nabij industrie evenmin de enige reden was om het gebied nabij de N33 aan te wijzen voor grootschalige windenergie blijkt uit de in 2014 op rijksniveau vastgestelde SvWOL. In paragraaf 2.2 van de SvWOL is vermeld dat de gebieden die zijn aangewezen voor grootschalige windenergie de gebieden zijn waar het relatief vaak en hard waait, die grootschalige cultuurlandschappen bevatten alsook haven- en industriegebieden en grootschalige waterstaatswerken en andere hoofdinfrastructuur. Deze landschappen hebben volgens de SvWOL merendeels ook een bevolkingsdichtheid die naar Nederlandse maatstaven laag is. In deze gebieden verhoudt de maatvoering van moderne grote windturbines zich gunstig tot de schaal van het landschap, zo staat in de SvWOL. De enkele omstandigheid dat langs de N33 de industrieterreinen slechts gedeeltelijk tot stand zijn gebracht, betekent naar het oordeel van de Afdeling dan ook niet dat met de realisatie van windpark N33 wordt afgeweken van de plaatsingsvisie voor grootschalige windenergie neergelegd in het rijks- en provinciaal beleid.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/478d2ae243c6ca976e6bc4421862b94e2a3eb7c0e74e672b2cd200c723672bfe. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 478d2ae243c6ca976e6bc4421862b94e2a3eb7c0e74e672b2cd200c723672bfe, en de alinea staat in dat document op bytes 149600 tot 152626.