Citaat | Raad van State 26 juni 2019

Alinea 103 Raad van State 26 juni 2019

Een alinea uit Raad van State 26 juni 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2005.

Ieder die op of in de bodem handelingen verricht als bedoeld in de artikelen 6 tot en met 11 en die weet of redelijkerwijs had kunnen vermoeden dat door die handelingen de bodem kan worden verontreinigd of aangetast, is verplicht alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd, teneinde die verontreiniging of aantasting te voorkomen, dan wel indien die verontreiniging of aantasting zich voordoet, de verontreiniging of de aantasting en de directe gevolgen daarvan te beperken en zoveel mogelijk ongedaan te maken. Indien de verontreiniging of aantasting het gevolg is van een ongewoon voorval, worden de maatregelen onverwijld genomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5ea7d36eb5ea7b1bed01bc2fda0f889bfc11a1d551c194030a9482eff00c95d7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5ea7d36eb5ea7b1bed01bc2fda0f889bfc11a1d551c194030a9482eff00c95d7, en de alinea staat in dat document op bytes 28064 tot 28742.