Citaat | Raad van State 26 juni 2019
Alinea 36 Raad van State 26 juni 2019
Een alinea uit Raad van State 26 juni 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2005.
Door appellanten is niet weersproken dat er mest op het perceel lag en dat dit door hen niet is opgeruimd, waardoor met hemelwater verdunde mest kon uitstromen naar het water achter de stal. Op grond van de door het college overgelegde foto’s en het rapport van Archimil B.V. acht de Afdeling het aannemelijk dat door het niet opruimen van mest op het perceel, met hemelwater verdunde mest kon uitstromen naar het water achter de stal. Hierdoor kon de met hemelwater verdunde mest de bodem insijpelen. De in artikel 13 van de Wet bodembescherming vervatte zorgplicht, die mede is gericht op het voorkomen van verontreiniging of aantasting van de bodem, is hiermee niet nageleefd. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 18 juni 2014, ECLI:NL:RVS:2014:2224) is voor een overtreding van artikel 13 van de Wet bodembescherming niet vereist dat zich daadwerkelijk een verontreiniging van de bodem heeft voorgedaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5ea7d36eb5ea7b1bed01bc2fda0f889bfc11a1d551c194030a9482eff00c95d7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5ea7d36eb5ea7b1bed01bc2fda0f889bfc11a1d551c194030a9482eff00c95d7, en de alinea staat in dat document op bytes 12185 tot 13133.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5ea7d36eb5ea7b1bed01bc2fda0f889bfc11a1d551c194030a9482eff00c95d7 | shasum -a 256