Citaat | Raad van State 24 januari 2019
Alinea 35 Raad van State 24 januari 2019
Een alinea uit Raad van State 24 januari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:201.
6.1. De woonduureis van artikel 2.6.5, eerste lid, aanhef en onder i, van de Huisvestingsverordening geldt voor alle leden van het huishouden van de aanvrager. Het college heeft ter zitting toegelicht dat deze eis wordt gesteld om fraude te voorkomen. Als de woonduureis niet aan alle gezinsleden zou worden gesteld, dan is te verwachten dat woningzoekenden hun kinderen vaker in huis halen en betrekken in de aanvraag om verlening van een urgentieverklaring. Dit verhoogt de druk op de sociale woningvoorraad, terwijl die sociale woningvoorraad in Amsterdam zeer beperkt is. Het was niet onevenredig om de woonduureis ook aan [appellante] te stellen. Dat zij niet aan de woonduureis voldoet, betekent niet dat met deze eis een onderscheid wordt gemaakt. De woonduureis is immers een algemene eis voor verlening van een urgentieverklaring in het traject voor reguliere woningzoekenden, die aan alle aanvragers wordt gesteld. Er doet zich naar het oordeel van de voorzieningenrechter dan ook geen onderscheid voor als bedoeld in artikel 26 van het IVBPR en artikel 1 van het twaalfde protocol van het EVRM en artikel 14 van het EVRM in samenhang bezien met artikel 8 van het EVRM.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/64a6702fc6b0722c42310f79ec8268fe7a74b7ea946d6bfb6ba03324aa6dbc34. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 64a6702fc6b0722c42310f79ec8268fe7a74b7ea946d6bfb6ba03324aa6dbc34, en de alinea staat in dat document op bytes 13211 tot 14409.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/64a6702fc6b0722c42310f79ec8268fe7a74b7ea946d6bfb6ba03324aa6dbc34 | shasum -a 256