Citaat | Raad van State 24 januari 2019

Alinea 37 Raad van State 24 januari 2019

Een alinea uit Raad van State 24 januari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:201.

7. [appellante] betoogt dat de rechtbank haar ten onrechte niet is gevolgd in haar standpunt dat het college een urgentieverklaring had moeten verstrekken op grond van de hardheidsclausule van artikel 2.6.11 van de Huisvestingsverordening. De situatie waarin het gezin zich bevindt is uitermate schrijnend. De crisisopvang biedt geen adequate woonomgeving voor kinderen. Nu het college de woonduureis per 1 januari 2019 heeft laten vervallen, is het volgens haar redelijk om de woonduur van [naam 2] buiten beschouwing te laten. Dit is ook besproken met de kinderombudsman van Den Haag in het kader van het overleg over de huisvesting van gezinnen die aanspraak hebben op rechtmatig verblijf op grond van het arrest Chavez-Vilchez, aldus [appellante].

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/64a6702fc6b0722c42310f79ec8268fe7a74b7ea946d6bfb6ba03324aa6dbc34. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 64a6702fc6b0722c42310f79ec8268fe7a74b7ea946d6bfb6ba03324aa6dbc34, en de alinea staat in dat document op bytes 14479 tot 15249.