Citaat | Raad van State 24 januari 2019
Alinea 41 Raad van State 24 januari 2019
Een alinea uit Raad van State 24 januari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:201.
8.1. Artikel 3 van het IVRK heeft rechtstreekse werking in zoverre het ertoe strekt dat bij alle maatregelen betreffende kinderen de belangen van het desbetreffende kind dienen te worden betrokken. Wat betreft het gewicht dat aan het belang van een kind in een concreet geval moet worden toegekend, bevat artikel 3, eerste lid, van het IVRK, gelet op de formulering ervan, geen norm die zonder nadere uitwerking in nationale wet- en regelgeving door de rechter direct toepasbaar is. Wel dient de bestuursrechter in dit verband te toetsen of het bestuursorgaan zich voldoende rekenschap heeft gegeven van de belangen van het kind en aldus bij de uitoefening van zijn bevoegdheden binnen de grenzen van het recht is gebleven. Deze toets heeft een terughoudend karakter. Er bestaat naar het oordeel van de voorzieningenrechter geen grond voor het oordeel dat het college zich onvoldoende rekenschap heeft gegeven van de belangen van de kinderen van [appellante]. De belangen van de kinderen zijn onder ogen gezien, maar hebben het college er niet toe gebracht om af te zien van afwijzing van de aanvraag op grond van de algemene weigeringsgrond van artikel 2.6.5, eerste lid, aanhef en onder i, van de Huisvestingsverordening.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/64a6702fc6b0722c42310f79ec8268fe7a74b7ea946d6bfb6ba03324aa6dbc34. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 64a6702fc6b0722c42310f79ec8268fe7a74b7ea946d6bfb6ba03324aa6dbc34, en de alinea staat in dat document op bytes 16232 tot 17474.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/64a6702fc6b0722c42310f79ec8268fe7a74b7ea946d6bfb6ba03324aa6dbc34 | shasum -a 256