Citaat | Raad van State 3 juli 2019

Alinea 100 Raad van State 3 juli 2019

Een alinea uit Raad van State 3 juli 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2073.

15.1. Uit wat hiervoor in 7. tot en met 9.8.1. is overwogen volgt dat de rechtbank op grond van het moment van indiening van het asielmotief en de concreetheid ervan had moeten onderzoeken of zijzelf en de staatssecretaris het asielmotief bij het beroep hadden kunnen betrekken. Hoewel zij benadrukt dat deze beoordeling eerst en vooral aan de rechtbank is, in overleg met de staatssecretaris, overweegt de Afdeling ter voorlichting van partijen en met het oog op andere zaken waarin ditzelfde probleem speelt dat het door de vreemdeling aangevoerde asielmotief, gelet op het tijdstip van aanvoeren, in de aanvullende gronden van beroep twee weken voor de zitting in beroep, en de concreetheid ervan bij de beoordeling in beroep had kunnen worden betrokken. De rechtbank heeft zo bezien niet ten onrechte aanleiding gezien de staatssecretaris in de gelegenheid te stellen het asielmotief te beoordelen en hem daarbij niet ten onrechte een termijn van zes weken gesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e97e2fdd77b1e6fa7736769fdcd5f46d3366f3638850d30e12b49d8c1433ee3f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e97e2fdd77b1e6fa7736769fdcd5f46d3366f3638850d30e12b49d8c1433ee3f, en de alinea staat in dat document op bytes 47272 tot 48260.