Citaat | Raad van State 3 juli 2019
Alinea 42 Raad van State 3 juli 2019
Een alinea uit Raad van State 3 juli 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2073.
98 Wanneer een van de in punt 95 van dit arrest genoemde gronden voor internationale bescherming voor het eerst tijdens de beroepsprocedure wordt aangevoerd en betrekking heeft op gebeurtenissen of bedreigingen die zich reeds vóór de vaststelling van de weigeringsbeslissing, of zelfs vóór de indiening van het verzoek om internationale bescherming, zouden hebben voorgedaan, moet deze grond bijgevolg worden gekwalificeerd als „verdere" of „nadere verklaring" in de zin van artikel 40, lid 1, van richtlijn 2013/32. Zoals volgt uit deze bepaling brengt een dergelijke kwalificatie mee dat de rechterlijke instantie waarbij beroep is ingesteld, deze grond moet onderzoeken in het kader van de behandeling van de beslissing waartegen beroep is ingesteld, mits alle „bevoegde autoriteiten", hetgeen niet alleen deze rechterlijke instantie omvat maar tevens de beslissingsautoriteit, de mogelijkheid hebben die nadere verklaring in dit kader te onderzoeken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e97e2fdd77b1e6fa7736769fdcd5f46d3366f3638850d30e12b49d8c1433ee3f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e97e2fdd77b1e6fa7736769fdcd5f46d3366f3638850d30e12b49d8c1433ee3f, en de alinea staat in dat document op bytes 15838 tot 16815.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e97e2fdd77b1e6fa7736769fdcd5f46d3366f3638850d30e12b49d8c1433ee3f | shasum -a 256