Citaat | Raad van State 3 juli 2019

Alinea 61 Raad van State 3 juli 2019

Een alinea uit Raad van State 3 juli 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2073.

7.1. Het Hof zet vervolgens nader uiteen hoe de rechtbank eerst moet bepalen of zijzelf het asielmotief in beroep kan betrekken. Dit moet zij doen door aan de hand van het nationale procesrecht de tijdigheid van de indiening te beoordelen en door te bezien of het asielmotief voldoende concreet is om in beroep naar behoren te kunnen worden onderzocht (punt 99 van het arrest). Alleen als de rechtbank oordeelt dat zij het asielmotief bij de beoordeling van het beroep kan betrekken, moet zij de staatssecretaris in de gelegenheid stellen het asielmotief te onderzoeken en hem hiervoor een termijn stellen. Die termijn moet recht doen aan het met de richtlijn nagestreefde doel van een snelle afhandeling van asielverzoeken en de staatssecretaris moet de uitkomst van zijn onderzoek voorafgaand aan het onderzoek ter zitting aan de rechtbank en de vreemdeling kenbaar maken (punt 100 van het arrest).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e97e2fdd77b1e6fa7736769fdcd5f46d3366f3638850d30e12b49d8c1433ee3f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e97e2fdd77b1e6fa7736769fdcd5f46d3366f3638850d30e12b49d8c1433ee3f, en de alinea staat in dat document op bytes 26931 tot 27850.