Citaat | Raad van State 3 juli 2019
Alinea 64 Raad van State 3 juli 2019
Een alinea uit Raad van State 3 juli 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2073.
8. Een verdere unierechtelijke normering van de manier waarop de rechtbank bepaalt of zij een asielmotief in beroep betrekt, geeft het arrest niet. Bij gebrek hieraan komt de lidstaten bij de precieze vormgeving en inpassing daarvan in de nationale rechtsorde procedurele autonomie toe. Dit betekent dat de toepasselijke procedureregels worden bepaald door het nationale recht, mits dat voldoet aan de beginselen van gelijkwaardigheid en doeltreffendheid. Deze beginselen houden in dat de desbetreffende nationale procedureregels niet ongunstiger mogen zijn dan die voor soortgelijke nationale vorderingen (gelijkwaardigheidsbeginsel) en dat zij de uitoefening van de door Unierecht verleende rechten in de praktijk niet onmogelijk of uiterst moeilijk maken (doeltreffendheidsbeginsel) (arrest van het Hof van 16 december 1976 in zaak 33/76, Rewe, ECLI:EU:C:1976:188). Daarnaast geldt in het Unierecht het beginsel van effectieve rechtsbescherming (artikel 47 van het EU Handvest; arrest van het Hof van 18 maart 2010 in zaak C-317/08 e.a., Alassini e.a., ECLI:EU:C:2010:146, punt 61).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e97e2fdd77b1e6fa7736769fdcd5f46d3366f3638850d30e12b49d8c1433ee3f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e97e2fdd77b1e6fa7736769fdcd5f46d3366f3638850d30e12b49d8c1433ee3f, en de alinea staat in dat document op bytes 28510 tot 29614.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e97e2fdd77b1e6fa7736769fdcd5f46d3366f3638850d30e12b49d8c1433ee3f | shasum -a 256