Citaat | Raad van State 3 juli 2019

Alinea 91 Raad van State 3 juli 2019

Een alinea uit Raad van State 3 juli 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2073.

11. Het voorgaande laat onverlet dat de staatssecretaris bij de beoordeling van de geloofwaardigheid van een asielmotief steeds, dus bij eerste en opvolgende aanvragen, mag laten meewegen dat het verwijtbaar is achtergehouden. Dit geldt ook voor de rechtbank bij de toetsing van het oordeel van de staatssecretaris. Een dergelijke benadering past in het unierechtelijke asielsysteem als zodanig. Artikel 4, eerste en vijfde lid, van de Kwalificatierichtlijn (PB 2011 L 337) verlangen immers van de vreemdeling dat hij alle elementen die relevant zijn voor zijn verzoek om internationale bescherming zo spoedig mogelijk indient. Blijkens artikel 4, tweede lid, van de Kwalificatierichtlijn vallen hieronder ook de redenen waarom de vreemdeling een verzoek om asielrechtelijke bescherming indient. Voor asielmotieven die in een opvolgende aanvraag worden behandeld, geldt in het bijzonder dat deze benadering zich verdraagt met de ruimte die het Hof in het arrest de lidstaten laat ten aanzien van te laat of onvoldoende concreet aangevoerde asielmotieven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e97e2fdd77b1e6fa7736769fdcd5f46d3366f3638850d30e12b49d8c1433ee3f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e97e2fdd77b1e6fa7736769fdcd5f46d3366f3638850d30e12b49d8c1433ee3f, en de alinea staat in dat document op bytes 43250 tot 44323.