Citaat | Raad van State 30 januari 2019

Alinea 146 Raad van State 30 januari 2019

Een alinea uit Raad van State 30 januari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:260.

33. In onderdeel 3.10 van zijn conclusie heeft de staatsraad advocaat-generaal deze beroepsgrond van [appellante] zo uitgelegd, dat zij zich beroept op een "contrair belang", omdat [appellante] haar beroepsrecht ontleent aan het belang van het behoud van een goed milieu (te weten: de veiligheid in haar naaste woon- en leefomgeving), maar zich daarbij beroept op EU-regels die aan de toepassing van de strengere nationale constructie-eisen in de weg zouden staan. Dit betreft eisen die vanuit de optiek van een goed milieu juist gunstig zijn. Om die reden zou deze beroepsgrond afstuiten op het relativiteitsvereiste van artikel 8:69a van de Awb. Volgens de conclusie kan deze beroepsgrond er "alleen toe leiden dat de aanvullende voorschriften die worden opgelegd in de omgevingsvergunning worden vernietigd, hetgeen vanuit het milieubelang van betrokkene nog steeds ongunstig is." Deze gedachtegang komt erop neer dat de veiligheid van [appellante] er niet op vooruit zou gaan als de vergunningvoorschriften zouden worden vernietigd omdat dan een vergunning zonder de voor de veiligheid toegevoegde voorschriften zou overblijven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dc94f9f899fdd2fa6272b8eacb01c5bdf19eacd86da6a7c492103e6722434346. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dc94f9f899fdd2fa6272b8eacb01c5bdf19eacd86da6a7c492103e6722434346, en de alinea staat in dat document op bytes 58581 tot 59726.