Citaat | Raad van State 13 februari 2019
Alinea 82 Raad van State 13 februari 2019
Een alinea uit Raad van State 13 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:296.
21. De Vogelwerkgroep, stichting AGA/Presikhaaf en wijkraad MSW betogen dat het windpark leidt tot aantasting van de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied "Rijntakken" vanwege aanvaringen van wulpen met windturbines. Appellanten bestrijden het standpunt van het college dat de beoogde mitigerende maatregel - een stilstandvoorziening op drie van de vier turbines - ertoe leidt dat de additionele vogelsterfte minder zal zijn dan 1 procent van de natuurlijke sterfte van de populatie, de zogenoemde 1 procent-mortaliteitsnorm, en in absoluut aantal minder dan 1 vogel per jaar bedraagt. Volgens appellanten is de berekening die ten grondslag is gelegd aan deze conclusie en die is verricht met het zogenoemde "Flux-collision-model" ondeugdelijk. Aan de berekening zijn onjuiste uitgangspunten ten grondslag gelegd en in het bijzonder is volgens appellanten de omvang van de "flux" ernstig onderschat. Een meer realistische omvang van de flux - een zogenoemde worstcase-benadering - heeft volgens appellanten tot gevolg dat een aantal van meer dan 4 wulpen aanvaringsslachtoffer wordt, hetgeen betekent dat de additionele sterfte van de wulp vanwege het windpark de 1 procent-mortaliteitsnorm overschrijdt. Het verrichte onderzoek berust niet op actuele gegevens over verplaatsingen van de wulp. In dit verband is volgens appellanten van belang dat de Vogelwerkgroep vanaf 2013 in totaal meer dan 340 slaapplaatstellingen heeft verricht en dat bij het onderzoek naar het aantal aanvaringsslachtoffers geen gebruik is gemaakt van deze gegevens. Het is volgens appellanten niet juist dat de vogels zich in het donker nauwelijks, althans in geringe mate, verplaatsen en dat het overgrote deel van de verplaatsingen plaatsvindt binnen een uur na zonsondergang. Van belang is ook dat geen rekening is gehouden met alle relevante slaapplaatsen in de nabijheid van het plangebied. Appellanten voeren verder aan dat ten onrechte niet is voorzien in een stilstandvoorziening voor de meest noordelijke windturbine. Het is volgens hen onjuist dat het aantal vogelverplaatsingen in de nabijheid van deze turbine gering is, zodat een stillegging van deze windturbine niet noodzakelijk zou zijn. Ten slotte betoogt de Vogelwerkgroep dat bij het beoordelen van de cumulatieve gevolgen van het windpark ten onrechte alleen rekening is gehouden met projecten die na 2014 zijn vergund en gerealiseerd. Volgens de Vogelwerkgroep kan er, gelet op de betrekkelijk lange levensduur van de wulp, niet vanuit worden gegaan dat de gevolgen van projecten die voor 2014 zijn gerealiseerd reeds zijn verdisconteerd in de "achtergrondbelasting", in dit geval de gemiddelde populatieomvang van de soort. Om deze reden had in het kader van de cumulatietoets rekening gehouden moeten worden met projecten die zijn gerealiseerd in de afgelopen 10 jaar, aldus de Vogelwerkgroep.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8024edf700e87bc79fb19a2e40c9dd70faace2416297701b650d73f685d15ee8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8024edf700e87bc79fb19a2e40c9dd70faace2416297701b650d73f685d15ee8, en de alinea staat in dat document op bytes 34608 tot 37480.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8024edf700e87bc79fb19a2e40c9dd70faace2416297701b650d73f685d15ee8 | shasum -a 256