Citaat | Raad van State 23 oktober 2019

Alinea 39 Raad van State 23 oktober 2019

Een alinea uit Raad van State 23 oktober 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3535.

7.1. Vaststaat dat [appellante] in 2014 € 15.769,00 aan kosten voor kinderopvang heeft gehad en dat de Belastingdienst/Toeslagen zelf een bedrag van € 12.635,00 direct aan [kinderdagverblijf] heeft overgemaakt. Niet in geschil is dat [appellante] een bedrag van € 959,70 per bank heeft betaald aan [kinderdagverblijf]. Daarnaast heeft [appellante] kwitanties overgelegd van door haar gestelde contante betalingen. De Belastingdienst/Toeslagen stelt zich echter terecht op het standpunt dat onverklaard blijft waarom deze kwitanties - die deels afwijken van eerder overgelegde kwitanties - niet eerder zijn overgelegd en dat deze bovendien niet worden ondersteund door bankafschriften waaruit blijkt van corresponderende geldopnames. De Belastingdienst/Toeslagen heeft de kwitanties dan ook niet als bewijs van de door [appellante] gestelde contante betalingen hoeven accepteren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cd0c0c3ef4262ece22d2bb6a044f4c7b773bd4582b79160ade6387e8356893b2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cd0c0c3ef4262ece22d2bb6a044f4c7b773bd4582b79160ade6387e8356893b2, en de alinea staat in dat document op bytes 10596 tot 11499.