Citaat | Raad van State 23 oktober 2019

Alinea 48 Raad van State 23 oktober 2019

Een alinea uit Raad van State 23 oktober 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3535.

Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling moet, om voor kinderopvangtoeslag in aanmerking te komen, worden aangetoond dat het gehele bedrag aan kosten dat blijkens de gemaakte afspraken over kinderopvang over een jaar verschuldigd is, daadwerkelijk is betaald. Indien een deel van de kosten aantoonbaar is voldaan, kan geen aanspraak worden gemaakt op een lagere tegemoetkoming (zie bijvoorbeeld de uitspraken van 2 april 2014, ECLI:NL:RVS:2014:1114 en 8 juni 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1610). De Afdeling heeft daarbij geoordeeld dat de Belastingdienst/Toeslagen zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat de Wko hem geen ruimte biedt bij de vaststelling van een voorschot kinderopvangtoeslag, tegemoetkoming of terugvordering rekening te houden met dat deel van de kosten dat wel aantoonbaar is betaald. Voor zover rechtbanken tot een ander oordeel kwamen, heeft de Afdeling deze uitspraken vernietigd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cd0c0c3ef4262ece22d2bb6a044f4c7b773bd4582b79160ade6387e8356893b2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cd0c0c3ef4262ece22d2bb6a044f4c7b773bd4582b79160ade6387e8356893b2, en de alinea staat in dat document op bytes 13588 tot 14509.