Citaat | Raad van State 23 oktober 2019

Alinea 25 Raad van State 23 oktober 2019

Een alinea uit Raad van State 23 oktober 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3536.

[appellante] heeft in bezwaar gesteld dat zij van een minimuminkomen leeft, niet de financiële middelen heeft om het teruggevorderde bedrag te betalen en haar verzoek om de beslagvrije voet toe te passen op 17 maart 2016 door het Landelijke Incasso Centrum van de Belastingdienst is ingewilligd. Verder heeft zij in bezwaar gesteld dat [persoon A] en [persoon B] van het gastouderbureau de voorschotten op haar naam hebben aangevraagd en ontvangen via de bankrekening van het gastouderbureau. Uit de strafvonnissen van de rechtbank Den Haag blijkt dat [persoon A] en [persoon B] strafrechtelijk zijn veroordeeld voor het medeplegen van delicten die verband houden met onjuiste aanvragen kinderopvangtoeslag, waaronder die van [appellante]. Zij heeft daarom verzocht [persoon A] en [persoon B] op grond van artikel 33 van de Awir aansprakelijk te stellen voor het verschuldigde bedrag.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d2f32b8de3886636798a79cba957cd38d22ca575063354476a6516892495c92c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d2f32b8de3886636798a79cba957cd38d22ca575063354476a6516892495c92c, en de alinea staat in dat document op bytes 7821 tot 8719.