Citaat | Raad van State 23 oktober 2019
Alinea 28 Raad van State 23 oktober 2019
Een alinea uit Raad van State 23 oktober 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3536.
4. De rechtbank heeft overwogen dat tussen partijen niet in geschil is dat artikel 33, derde lid, van de Awir onmiddellijke werking heeft. De rechtbank heeft, onder verwijzing naar de geschiedenis van totstandkoming van de Wet aanpak fraude toeslagen en fiscaliteit (Kamerstukken II 2013/2014, 33 754, nr. 3, blz. 14-15), geoordeeld dat de Belastingdienst/Toeslagen op aanvaardbare gronden van de aansprakelijkstelling op grond van die bepaling heeft afgezien. Naar de rechtbank heeft begrepen, hanteert de Belastingdienst/Toeslagen het beleidsmatige standpunt dat bij in het verleden liggende zaken derden eerst aansprakelijk worden gesteld indien deze personen (op verwijtbare wijze) betrokken zijn geweest bij identiteitsfraude. In overige gevallen van vóór 1 januari 2014 acht de dienst de aansprakelijkstelling van derden een te zwaar middel. [appellante] is geen slachtoffer geweest van identiteitsfraude en was op de hoogte van de aanvraag en de uitbetaling van voorschotten op de bankrekening van het gastouderbureau. Ook voor het overige zijn geen feiten of omstandigheden gesteld, die aanleiding geven om in afwijking van het standpunt van de Belastingdienst/Toeslagen te oordelen, aldus de rechtbank.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d2f32b8de3886636798a79cba957cd38d22ca575063354476a6516892495c92c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d2f32b8de3886636798a79cba957cd38d22ca575063354476a6516892495c92c, en de alinea staat in dat document op bytes 9410 tot 10636.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d2f32b8de3886636798a79cba957cd38d22ca575063354476a6516892495c92c | shasum -a 256