Citaat | Raad van State 23 oktober 2019

Onder 5.5. Raad van State 23 oktober 2019

Een alinea uit Raad van State 23 oktober 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3536.

Gelet op de geschiedenis van totstandkoming van artikel 33, derde lid, van de Awir, betoogt [appellante] terecht dat hoofdelijke aansprakelijkstelling niet alleen mogelijk is bij identiteitsfraude. Ook in andere gevallen waarin een derde kan beschikken over een bankrekening waarop een voorschot of tegemoetkoming is uitbetaald, kan een derde op grond van deze bepaling hoofdelijk aansprakelijk worden gesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d2f32b8de3886636798a79cba957cd38d22ca575063354476a6516892495c92c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d2f32b8de3886636798a79cba957cd38d22ca575063354476a6516892495c92c, en de alinea staat in dat document op bytes 15663 tot 16086.