Citaat | Raad van State 6 februari 2019

Alinea 35 Raad van State 6 februari 2019

Een alinea uit Raad van State 6 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:361.

4. [appellante] betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat het college het algemene belang van een rechtvaardige woonruimteverdeling niet zwaarder had mogen laten wegen dan haar belang om op een normale manier samen met haar zoon te kunnen wonen. In dit geval vloeit voor het college uit artikel 8 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM) een positieve verplichting voort om een urgentieverklaring af te geven. Bovendien heeft het niet kunnen samenleven met haar zoon in een woning die ruim genoeg is een zodanig negatieve weerslag op zijn ontwikkeling wat betreft opvoeding, scholing en verzorging, dat het besluit in strijd is met het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (hierna: IVRK), aldus [appellante].

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7dabc401c4417adece83daba9197aff1ede31d48af7b38687ee360dcc8370ab9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7dabc401c4417adece83daba9197aff1ede31d48af7b38687ee360dcc8370ab9, en de alinea staat in dat document op bytes 12222 tot 13029.