Citaat | Raad van State 6 februari 2019

Alinea 37 Raad van State 6 februari 2019

Een alinea uit Raad van State 6 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:361.

De Afdeling beantwoordt de vraag of zich in dit geval feiten of omstandigheden voordoen waaruit een positieve verplichting tot het verlenen van een urgentieverklaring voortvloeit, ontkennend. Met wat [appellante] heeft aangevoerd, namelijk dat de woning zodanig klein is dat zij niet met haar zoon kan samenwonen, heeft zij, zoals de rechtbank terecht heeft overwogen, niet aannemelijk gemaakt dat het voor haar niet mogelijk is op enige wijze een gezinsleven met haar zoon te hebben. Het college heeft daarom het algemeen belang van een rechtvaardige woonruimteverdeling, waarbij het in verband met het schaarse woningaanbod in Almere als uitgangspunt hanteert dat slechts in zeer incidentele gevallen urgentie wordt verleend, zwaarder mogen laten wegen dan het belang van [appellante] om op de door haar gewenste wijze haar gezinsleven vorm te geven. De rechtbank heeft derhalve terecht geen aanleiding gezien voor het oordeel dat het college door de weigering de door [appellante] gewenste urgentieverklaring te verlenen het recht op eerbiediging van haar gezinsleven heeft geschonden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7dabc401c4417adece83daba9197aff1ede31d48af7b38687ee360dcc8370ab9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7dabc401c4417adece83daba9197aff1ede31d48af7b38687ee360dcc8370ab9, en de alinea staat in dat document op bytes 13722 tot 14830.