Citaat | Raad van State 6 februari 2019

Alinea 38 Raad van State 6 februari 2019

Een alinea uit Raad van State 6 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:361.

4.2. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 21 november 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3831) heeft artikel 3 van het IVRK rechtstreekse werking in zoverre het ertoe strekt dat bij alle maatregelen betreffende kinderen de belangen van het desbetreffende kind dienen te worden betrokken. Wat betreft het gewicht dat aan het belang van een kind in een concreet geval moet worden toegekend, bevat artikel 3, eerste lid, van het IVRK, gelet op de formulering ervan, geen norm die zonder nadere uitwerking in nationale wet- en regelgeving door de rechter direct toepasbaar is. Wel dient de bestuursrechter in dit verband te toetsen of het bestuursorgaan zich voldoende rekenschap heeft gegeven van de belangen van het kind en aldus bij de uitoefening van zijn bevoegdheden binnen de grenzen van het recht is gebleven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7dabc401c4417adece83daba9197aff1ede31d48af7b38687ee360dcc8370ab9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7dabc401c4417adece83daba9197aff1ede31d48af7b38687ee360dcc8370ab9, en de alinea staat in dat document op bytes 14850 tot 15689.