Citaat | Raad van State 6 november 2019

Alinea 206 Raad van State 6 november 2019

Een alinea uit Raad van State 6 november 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3760.

36.2. Zoals is overwogen in de uitspraak over windpark De Drentse Monden en Oostermoer onder 7 hanteert de Afdeling in het kader van de beoordeling van de ontvankelijkheid van beroepen tegen besluiten over windturbines als uitgangspunt dat gevolgen van enige betekenis aanwezig kunnen worden geacht binnen een afstand van tien keer de tiphoogte van de voor appellanten dichtstbijzijnde windturbine, gemeten vanaf de voet van de windturbine. In veel gevallen bestaat ook buiten deze afstand zicht op het windpark, vooral als het windpark in open landschap ligt. De Afdeling gaat er echter van uit dat de gevolgen van het zicht op het windpark voor het woon- en leefklimaat op een afstand van meer dan tien keer de tiphoogte in beginsel te beperkt zijn om nog te kunnen spreken van gevolgen van enige betekenis. Daarnaast gaat de Afdeling ervan uit dat op een afstand van meer dan tien keer de tiphoogte in beginsel geen andere gevolgen van enige betekenis zijn te verwachten, zoals geluid- of slagschaduwhinder van enige betekenis.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/369a3cc3bc3cad841a9b6ed9eecbc61f7ff92649a903fb5bf860ece549eb899e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 369a3cc3bc3cad841a9b6ed9eecbc61f7ff92649a903fb5bf860ece549eb899e, en de alinea staat in dat document op bytes 85244 tot 86293.