Citaat | Raad van State 6 november 2019
Alinea 99 Raad van State 6 november 2019
Een alinea uit Raad van State 6 november 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3760.
15.5. In hetgeen [appellant sub 1], [appellant sub 5], [appellanten sub 2] en [appellant sub 4] en anderen hebben aangevoerd ziet de Afdeling geen concrete aanknopingspunten die twijfel doen rijzen aan de juistheid van de uitgangspunten die ten grondslag liggen aan de beoordeling van de alternatieve locaties door de ministers. De Afdeling is van oordeel dat de ministers in het kader van het MER de voor- en de nadelen van de alternatieven goed in beeld hebben gebracht. Hetgeen [appellant sub 1], [appellant sub 5], [appellanten sub 2] en [appellant sub 4] en anderen hebben aangevoerd geeft geen aanleiding voor het oordeel dat de ministers in redelijkheid niet voor de in het RIP voorziene locaties hadden mogen kiezen. Dat [appellant sub 1], [appellant sub 5], [appellanten sub 2] en [appellant sub 4] en anderen een andere afweging met een andere uitkomst voorstaan, doet daar niet aan af.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/369a3cc3bc3cad841a9b6ed9eecbc61f7ff92649a903fb5bf860ece549eb899e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 369a3cc3bc3cad841a9b6ed9eecbc61f7ff92649a903fb5bf860ece549eb899e, en de alinea staat in dat document op bytes 39276 tot 40191.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/369a3cc3bc3cad841a9b6ed9eecbc61f7ff92649a903fb5bf860ece549eb899e | shasum -a 256