Citaat | Raad van State 13 februari 2019

Alinea 27 Raad van State 13 februari 2019

Een alinea uit Raad van State 13 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:396.

3.2. In augustus 2016 heeft de gemeente Amsterdam meldingen ontvangen dat het appartement niet voor woondoeleinden werd gebruikt en dat er alleen toeristen verbleven. Toezichthouders van de gemeente hebben het pand op 5 oktober 2016 bezocht en daarbij vastgesteld dat het appartement aan toeristen werd verhuurd. In het appartement waren twee toeristen aanwezig. Deze hebben tegenover de toezichthouders onder meer verklaard dat zij hun verblijf daar, van 2 tot en met 6 oktober 2016, via [website] hadden geboekt. Ook hebben zij bevestigd dat in het appartement geen persoonlijke spullen van anderen aanwezig waren. Deze waarnemingen zijn niet bestreden. Onbestreden is voorts dat, zoals de rechtbank heeft overwogen, [appellant A], [appellant B] en [appellant C] zelf de woning nooit hebben bezocht. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat de enkele omstandigheid dat [appellant A], [appellant B] en [appellant C] een beheerder hebben aangesteld onvoldoende is om te voldoen aan de op hen als eigenaar van het pand rustende plicht om zich tot op zekere hoogte op de hoogte te stellen van het gebruik dat van het verhuurde pand wordt gemaakt en dat zij hun stelling dat zij de beheerder regelmatig het gebruik van het pand hebben laten controleren, niet aannemelijk hebben gemaakt. Er is geen schriftelijk bewijs dat hierover afspraken zijn gemaakt. [appellant A], [appellant B] en [appellant C] hebben een schriftelijke verklaring van de beheerder van 24 januari 2017 overgelegd, inhoudende dat hij in het voorafgaande halfjaar elke maand wel een keer bij het appartement is geweest en er dagelijks langs is gereden en heeft gezien dat de huurder daar elke dag aanwezig was, onder meer omdat hij de auto van de huurder zag staan. Verder heeft de beheerder verklaard dat hij van een klusjesman die in de voorafgaande vier maanden regelmatig reparaties in het appartement heeft uitgevoerd, heeft begrepen dat de huurder dan in het appartement aanwezig was en dat het er normaal bewoond uitzag en er privéspullen aanwezig waren. De Afdeling is met de rechtbank van oordeel dat aan de verklaring van de beheerder, die achteraf is opgesteld en niet is onderbouwd met bezoekrapportages waaruit blijkt wanneer en hoe laat de beheerder is langs geweest en wat hij daarbij heeft gezien, reeds om die reden niet de waarde kan worden gehecht die [appellant A], [appellant B] en [appellant C] kennelijk hebben beoogd. Bovendien heeft de rechtbank terecht geoordeeld dat het door de beheerder verklaarde niet aannemelijk is, nu door de toezichthouders is vastgesteld dat in de periode waarover de beheerder heeft verklaard toeristen in het appartement verbleven en persoonlijke spullen anders dan die van de toeristen in het appartement ontbraken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bc209191806a04e443554a7301b398a4767e3f4bb676d7733b596eba9391973d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bc209191806a04e443554a7301b398a4767e3f4bb676d7733b596eba9391973d, en de alinea staat in dat document op bytes 7975 tot 10733.