Citaat | Raad van State 13 februari 2019

Alinea 33 Raad van State 13 februari 2019

Een alinea uit Raad van State 13 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:396.

4.2. Gezien het vorenoverwogene, faalt het betoog van [appellant A], [appellant B] en [appellant C] dat de boetes moeten worden gematigd, omdat zij geen feitelijke betrokkenheid bij of voordeel van de overtreding hebben gehad en zij gezamenlijk als één overtreder moeten worden gezien. Ook het in dit verband aangevoerde argument dat de huurder niet is beboet, leidt niet tot het oordeel dat de aan hen opgelegde boetes moeten worden gematigd. Het gelijkheidsbeginsel strekt naar het oordeel van de Afdeling in het kader van het opleggen van bestuurlijke boetes niet zover dat de bevoegdheid tot het opleggen ervan onrechtmatig is uitgeoefend alleen omdat een eventuele andere overtreder niet is beboet. Dat kan anders komen te liggen als sprake is van een ongelijke behandeling van gelijke gevallen die duidt op willekeur in de handhavingspraktijk van het bevoegde bestuursorgaan. De Afdeling ziet geen aanknopingspunten voor het oordeel dat daarvan in dit geval sprake is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bc209191806a04e443554a7301b398a4767e3f4bb676d7733b596eba9391973d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bc209191806a04e443554a7301b398a4767e3f4bb676d7733b596eba9391973d, en de alinea staat in dat document op bytes 12577 tot 13572.