Citaat | Raad van State 13 maart 2019

Alinea 42 Raad van State 13 maart 2019

Een alinea uit Raad van State 13 maart 2019, ECLI:NL:RVS:2019:782.

Ook in dit geval moet daarom worden bezien - mede op basis van de statuten - of de gestelde eigenheid van de gewenste school moet worden gezien als een modaliteit binnen een geregistreerde en dus erkende richting in de BRIN, of als een daarvan te onderscheiden richting. Dat, naar de stichting stelt, de Onderwijsraad in een advies uit 1989 over de bekostiging van een schoolbegeleidingsdienst en de minister en de rechtbank Rotterdam in 2006 en 2007 bij besluiten over de instandhouding van een school onder de opheffingsnorm en de bekostiging van leerlingenvervoer, van een eigen, van de reformatorische richting te onderscheiden richting zijn uitgegaan, leidt daarom, gezien het feit dat christelijk onderwijs op gereformeerde grondslag geen in de BRIN erkende richting is, niet tot het oordeel dat de minister dat in dit geval ook zou moeten doen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/88968e213780c3ef071f66bc486d501cd198033f99b0070f908ab233275c10fb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 88968e213780c3ef071f66bc486d501cd198033f99b0070f908ab233275c10fb, en de alinea staat in dat document op bytes 15940 tot 16804.