Citaat | Raad van State 20 maart 2019

Alinea 28 Raad van State 20 maart 2019

Een alinea uit Raad van State 20 maart 2019, ECLI:NL:RVS:2019:874.

3. De rechtbank heeft geoordeeld dat [appellante] procesbelang heeft voor zover met haar beroepsgronden bereikt kan worden dat zij niet als overtreder van artikel 18b, tweede lid, van de Wmm wordt aangemerkt. Nu de minister van boeteoplegging heeft afgezien, heeft [appellante] volgens de rechtbank echter geen procesbelang meer voor zover haar beroepsgronden zich richten tegen de hoogte van de boete. De rechtbank heeft deze beroepsgronden daarom buiten beschouwing gelaten. De rechtbank is [appellante] niet gevolgd in haar beroepsgrond dat zij tijdens de controle op 6 september 2014 ten onrechte niet op haar zwijgrecht is gewezen. Uit de gang van zaken kan volgens de rechtbank worden opgemaakt dat de inspecteurs bezig waren met een controle en dat er nog geen aanleiding was te veronderstellen dat zij een bestraffende sanctie wilden gaan opleggen. De rechtbank heeft voorts overwogen dat de minister op 21 maart 2017 een aantal stukken heeft toegezonden en dat, indien het juist is dat niet alle relevante stukken zijn toegezonden of ter inzage gelegd, [appellante] in de onderhavige procedure de op deze zaak betrekking hebbende stukken via de rechtbank heeft toegezonden gekregen. Volgens de rechtbank heeft [appellante] niet aannemelijk gemaakt dat zij in dit opzicht in haar belangen is geschaad.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ff49299dc6fafa2fd302276d1cadca965b204ff1125eccf4d1ed1dad7cc0eaad. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ff49299dc6fafa2fd302276d1cadca965b204ff1125eccf4d1ed1dad7cc0eaad, en de alinea staat in dat document op bytes 9286 tot 10614.