Citaat | Raad van State 20 maart 2019

Alinea 33 Raad van State 20 maart 2019

Een alinea uit Raad van State 20 maart 2019, ECLI:NL:RVS:2019:874.

5. [appellante] betoogt dat de rechtbank haar ten onrechte niet is gevolgd in haar beroepsgrond dat zij tijdens de controle ten onrechte niet op haar zwijgrecht is gewezen. De inspecteurs hadden het vermoeden dat er een overtreding was en dat zij daarvoor een sanctie wilden opleggen. De inspecteurs hebben volgens haar voorts onzorgvuldig gehandeld door een administratief onderzoek bij [boekhouder] uit te voeren zonder dat daarvoor een grondslag was. Verder betoogt [appellante] dat de rechtbank ten onrechte uitsluitend is ingegaan op de vraag of artikel 7:4 van de Awb is geschonden. Door niet alle relevante stukken voorafgaande aan de hoorzitting over te leggen, is ook het Europees verdedigingsbeginsel geschonden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ff49299dc6fafa2fd302276d1cadca965b204ff1125eccf4d1ed1dad7cc0eaad. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ff49299dc6fafa2fd302276d1cadca965b204ff1125eccf4d1ed1dad7cc0eaad, en de alinea staat in dat document op bytes 12870 tot 13611.