Citaat | Raad van State 20 maart 2019
Alinea 36 Raad van State 20 maart 2019
Een alinea uit Raad van State 20 maart 2019, ECLI:NL:RVS:2019:874.
5.3. Ingevolge artikel 7:4, tweede lid, van de Awb legt het bestuursorgaan het bezwaarschrift en alle verder op de zaak betrekking hebbende stukken voorafgaand aan het horen ter inzage. Tot de op de zaak betrekking hebbende stukken behoren ten minste de stukken die door het bestuursorgaan zijn gebruikt bij de voorbereiding en het nemen van het besluit, zoals adviezen, onderzoeksrapporten, verslagen van hoorzittingen, oplegnotities en dergelijke. Het boeterapport van [persoon] is niet ten grondslag gelegd aan de boete die aan [appellante] is opgelegd. De rechtbank is dan ook terecht tot het oordeel gekomen dat dit boeterapport niet tot de op de zaak betrekking hebbende stukken had moeten worden gerekend. De Afdeling ziet ook overigens geen grond voor het oordeel dat [appellante] niet alle op de zaak betrekking hebbende stukken heeft kunnen inzien. Er is dan ook geen grond voor het oordeel dat artikel 7:4, tweede lid, van de Awb is geschonden. Daarbij bestaat er onder deze omstandigheden ook geen grond voor het oordeel dat het Europees verdedigingsbeginsel is geschonden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ff49299dc6fafa2fd302276d1cadca965b204ff1125eccf4d1ed1dad7cc0eaad. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ff49299dc6fafa2fd302276d1cadca965b204ff1125eccf4d1ed1dad7cc0eaad, en de alinea staat in dat document op bytes 15980 tot 17084.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ff49299dc6fafa2fd302276d1cadca965b204ff1125eccf4d1ed1dad7cc0eaad | shasum -a 256