Citaat | Raad van State 20 maart 2019

Alinea 38 Raad van State 20 maart 2019

Een alinea uit Raad van State 20 maart 2019, ECLI:NL:RVS:2019:874.

6. [appellante] betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat geen bestuurlijke boete aan haar had mogen worden opgelegd. Zij was niet als een werkgever aan te merken, omdat de werknemers in dienst waren van de vof. Aan die vof was bovendien al een boete opgelegd. Door nu opeens en met terugwerkende kracht een boete aan haar op te leggen wordt volgens haar in strijd met het ne bis in idem-beginsel gehandeld. Ook kon de overtreding volgens [appellante] niet aan haar worden verweten. [persoon] heeft de inboedel tijdens haar vakantie verkocht en de administratie weggenomen. Van dit laatste feit heeft zij ook aangifte bij de politie gedaan. [appellante] betoogt voorts dat de rechtbank de hoogte van de bestuurlijke boete ten onrechte niet heeft getoetst. Die hoogte is volgens [appellante] verkeerd berekend, omdat geen rekening is gehouden met het feit dat zij een natuurlijk persoon is en dat er nog een andere werkgever was.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ff49299dc6fafa2fd302276d1cadca965b204ff1125eccf4d1ed1dad7cc0eaad. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ff49299dc6fafa2fd302276d1cadca965b204ff1125eccf4d1ed1dad7cc0eaad, en de alinea staat in dat document op bytes 17137 tot 18085.