Citaat | Raad van State 20 maart 2019
Alinea 150 Raad van State 20 maart 2019
Een alinea uit Raad van State 20 maart 2019, ECLI:NL:RVS:2019:896.
3.18 Functionele risicotoerekening houdt in het burgerlijke recht in dat de aanstelling door een bedrijf van een persoon in een bepaalde functie en/of met een bepaalde externe taak de schijn kan wekken dat die persoon een toereikende volmacht heeft om de rechtshandelingen te verrichten die naar verkeersopvattingen uit de vervulling van die functie of taak voortvloeien. (zie noot 18) Hetzelfde geldt als iemand een persoon met een officiële functie in de arm neemt, bijvoorbeeld een deurwaarder (zie noot 19) of een advocaat, (zie noot 20) en die persoon documenten verstrekt; daarmee kan hij toerekenbaar de schijn wekken dat die persoon bevoegd is namens hem een betalingsregeling aan te bieden of effecten te verkopen, ook al was dat niet zijn bedoeling toen hij die ander inschakelde. Als een burger of ondernemer in de onjuiste veronderstelling verkeert dat een overheidsfunctionaris op een bepaald punt bevoegd is de overheid te binden, kan onder omstandigheden die onjuiste veronderstelling voor rekening van de overheid komen, ook als de onjuiste veronderstelling niet is gewekt door het bevoegde overheidsorgaan zelf, maar ook door de positie van de optredende functionaris binnen die overheidsorganisatie, door diens gedragingen, door de ondoorzichtigheid van die organisatie of van de verdeling van bevoegdheden door onduidelijkheid, onoverzichtelijkheid of ontoegankelijkheid van de desbetreffende regelingen, en door nalatigheid van de overheid om die burger/dat bedrijf tijdig op de onbevoegdheid van die functionaris te wijzen. (zie noot 21) Vertaald naar het omgevingsrecht: als een wethouder met een bepaalde portefeuille de indruk wekt dat zij de opvatting van het college vertolkt en op het terrein van die portefeuille toezeggingen doet, terwijl het voor de justitiabele niet eenvoudig kenbaar is dat zij niet bevoegd is en niemand hem daar op wijst, kan het college zich niet steeds op haar onbevoegdheid beroepen, ook al heeft het college als collectief niet de hand gehad in de schijn van bevoegdheid (geen toedoen); het risico dat een wethouder onkenbaar voor de burger zijn bevoegheid op zijn portefeuilleterrein overschrijdt, komt dan naar maatschappelijke opvatting niet voor rekening van de burger te goeder trouw die zijn best gedaan heeft, maar voor rekening van het college waarvan die wethouder deel uitmaakt en dat haar heeft belast met die portefeuille. Algemener: dat een ambtenaar of andere overheidsfunctionaris met een bepaalde vertrouwenwekkende functie of taak ten onrechte en niet eenvoudig kenbaar onjuiste bevoegdheidsindrukken en daarmee gerechtvaardigd vertrouwen wekt, komt eerder voor risico van het bestuursorgaan, dat immers gaat over de taakverdeling, opleiding, instructie, controle en mandatering van zijn functionarissen, dan voor risico van de justitiabele te goeder trouw die geen invloed heeft op die omstandigheden en van zijn overheid mag verwachten dat die haar eigen regels kent en naleeft. (zie noot 22)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f486ccf5d2bda758328bcfdcdda5fb590308983ce3086979f577156d18b96972. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f486ccf5d2bda758328bcfdcdda5fb590308983ce3086979f577156d18b96972, en de alinea staat in dat document op bytes 73244 tot 76228.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f486ccf5d2bda758328bcfdcdda5fb590308983ce3086979f577156d18b96972 | shasum -a 256