Citaat | Raad van State 20 maart 2019

Alinea 152 Raad van State 20 maart 2019

Een alinea uit Raad van State 20 maart 2019, ECLI:NL:RVS:2019:896.

3.20 (Meer) toerekening van schijn van bevoegdheid lijkt mij echter minder aangewezen als de grens tussen de Executieve en de Legislatieve zou worden overschreden, mede gegeven dat de meeste burgers wel eens van de trias politica gehoord zullen hebben. De gemeenteraad heeft het niet (direct) in de hand of, hoe en in welke functie het college of een ander onderdeel van de Executieve zijn uitvoerende ambtenaren aanstelt, mandateert en instrueert. Als bijvoorbeeld een hoofd ruimtelijke ordening of een wethouder (of het college zelf) toezegt dat het bestemmingsplan aangepast zal worden of een andere exclusieve raadsbevoegdheid (niet) uitgeoefend zal worden, kan hun schijn van bevoegdheid mijns inziens niet toegerekend worden aan de raad als die niet van zins is het bestemmingsplan aan te passen. Honorering van gerechtvaardigd vertrouwen - het bestaan waarvan bij overschrijding van de grens tussen de trias politica dus wellicht minder snel aangenomen kan worden - kan dan mijns inziens - in verband met die trias politica - geen uitgangspunt zijn, maar alleen vergoeding van des fidens’ dispositieschade door de onbevoegde Executieve, zoals de burgerlijke rechter al oordeelde in de zaak Gelderland/Vitesse II. (zie noot 24)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f486ccf5d2bda758328bcfdcdda5fb590308983ce3086979f577156d18b96972. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f486ccf5d2bda758328bcfdcdda5fb590308983ce3086979f577156d18b96972, en de alinea staat in dat document op bytes 77850 tot 79101.