Citaat | Raad van State 20 maart 2019

Alinea 185 Raad van State 20 maart 2019

Een alinea uit Raad van State 20 maart 2019, ECLI:NL:RVS:2019:896.

Daarbij zijn alle omstandigheden van het geval van belang, met name of (i) de fidens de benodigde gegevens heeft verstrekt en er van uit kon gaan dat daarvan kennis was genomen door de toezegger, (ii) de (toerekenbare schijn van) toezegging niet zozeer kenbaar in strijd was met de regels dat de fidens redelijkerwijs niet op nakoming mocht rekenen, hetgeen mede afhangt van diens eventuele specifieke deskundigheid en professionaliteit (soms moet de justitiabele het inderdaad beter weten dan de zich vergissende overheid), (iii) het bevoegde bestuursorgaan het in zijn macht had en erover vermocht te beschikken of de toezeggende persoon zich aldus jegens justitiabelen uitliet, hetgeen kan blijken uit diens aanstelling in een bepaalde functie of opdragen van een bepaalde taak en uit het plegen te aanvaarden, althans niet voorkomen, van dergelijke uitlatingen door die persoon/ondergeschikte, (iv) de bevoegdheidsverdeling binnen het bevoegde orgaan voor rechtszekerheidzoekenden onduidelijk, onoverzichtelijk of zelfs ontoegankelijk is en (v) de rechtszekerheidzoekende een ingang had moeten kunnen vinden - zonder onredelijke inspanningen of excessieve lasten - bij het pas achteraf wél bevoegde blijkende orgaan c.q. een wél gemandateerde functionaris.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f486ccf5d2bda758328bcfdcdda5fb590308983ce3086979f577156d18b96972. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f486ccf5d2bda758328bcfdcdda5fb590308983ce3086979f577156d18b96972, en de alinea staat in dat document op bytes 107619 tot 108898.