Citaat | Raad van State 20 maart 2019

Alinea 187 Raad van State 20 maart 2019

Een alinea uit Raad van State 20 maart 2019, ECLI:NL:RVS:2019:896.

Ja. De toerekenbare schijn van een toezegging moet dezelfde gevolgen hebben als een toezegging. Tijdverloop kan op zichzelf - dus als het bestuursorgaan niet weet van de overtreding - niet zodanige schijn wekken, maar de aan het college toerekenbare schijn van een welbewuste standpuntbepaling van niet-handhaving kan wel ontstaan door de combinatie van (in casu: zeer) langdurig stilzitten ondanks de raadpleging en aanwezigheid van de gemeentelijke bouwinspecteur en andere vertrouwenwekkende omstandigheden, zoals de toezegging van die ambtenaar dat hij zijn uitlatingen in een intern memo zou vervatten en archiveren, diens concrete mededeling dat er ‘geen laatje’ was voor een vergunningaanvraag, en de latere qua niet-handhaving vertrouwenwekkende en stellige uitlatingen van andere gemeenteambtenaren (‘dat is een oudje; daar doen wij niets aan’), deels in een telefoongesprek op initiatief van het bestuursorgaan, waaruit ook bleek dat het bestuursorgaan in al die zeer vele jaren steeds zeer wel op de hoogte was. Uit EHRM Rysovskyy v. Ukraine volgt dat langdurig tijdverloop gecombineerd met inconsistent bestuurshandelen na het wekken van gerechtvaardigd vertrouwen het eigendomsrecht kan schenden. Ondanks geïnformeerd zijn zeer langdurig niets doen is bovendien in strijd met de door de Raad van Europa erkende principles of administrative law.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f486ccf5d2bda758328bcfdcdda5fb590308983ce3086979f577156d18b96972. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f486ccf5d2bda758328bcfdcdda5fb590308983ce3086979f577156d18b96972, en de alinea staat in dat document op bytes 109377 tot 110756.