Citaat | Raad van State 20 maart 2019
Alinea 191 Raad van State 20 maart 2019
Een alinea uit Raad van State 20 maart 2019, ECLI:NL:RVS:2019:896.
Ad a: ik meen dat het vertrouwensbeginsel zelf ten grondslag ligt aan de beginselplicht tot honorering van door het bestuur gewekt gerechtvaardigd vertrouwen waarvan schending immers een onrechtmatige overheidsdaad is. Als het belang bij honorering niet opweegt tegen andere belangen, dan leidt de onrechtmatigheid van de vertrouwensschending mijns inziens óók binnen het beoordelingskader van art. 3:4 Awb tot de plicht de dispositieschade van de fidens te vergoeden die deze dientengevolge lijdt, dus niet slechts een beperkte tegemoetkoming, nu het niet gaat om een maatschappelijk voorzienbare en rechtmatige bestuurs- of omgevingsontwikkeling, maar om een onrechtmatige daad. U kunt die plicht ook rechtstreeks op het vertrouwensbeginsel baseren (zonder art. 3:4 Awb als wettelijk anker te gebruiken, net zoals u de plicht tot nadeelcompensatie rechtstreeks heeft gebaseerd op het égalitébeginsel, maar nodig is dat niet, nu we gewoon over de klassieke Paul Krügerbrug kunnen wandelen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f486ccf5d2bda758328bcfdcdda5fb590308983ce3086979f577156d18b96972. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f486ccf5d2bda758328bcfdcdda5fb590308983ce3086979f577156d18b96972, en de alinea staat in dat document op bytes 111491 tot 112499.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f486ccf5d2bda758328bcfdcdda5fb590308983ce3086979f577156d18b96972 | shasum -a 256