Citaat | Raad van State 20 maart 2019
Alinea 195 Raad van State 20 maart 2019
Een alinea uit Raad van State 20 maart 2019, ECLI:NL:RVS:2019:896.
5.2 Op de boven (1.2) geciteerde verklaring van [wederpartij]’s rechtsvoorgangers, die door het college niet wordt bestreden, kan niet worden gebaseerd dat bouwinspecteur Bos hen heeft toegezegd dat geen vergunning vereist was; hoogstens dat hij daar geen uitsluitsel over kon geven en dat hij niet wist bij wie zij hun aanvraag zouden moeten indienen (‘daar is geen laatje voor’). De enige toezegging die Bos gedaan heeft, is "een interne memo te schrijven, zodat in elk geval bekend zou zijn, dat dit terras met bemoeienis van Bouw- en Woningtoezicht tot stand gekomen was." Dat is echter geen toezegging dat geen vergunningsplicht bestond. Dat hij ‘er dan van gaat dat ze u ongemoeid zullen laten’ is evenmin een toezegging dat niet gehandhaafd zou worden. Ook de twee ambtenaren aan de telefoon hebben niets toegezegd over de vergunningsplicht en hun uitlatingen kunnen volgens uw huidige rechtspraak denkelijk ook op het punt van het afzien van handhaving niet als voldoende concrete, stellige en ondubbelzinnige toezeggingen worden beschouwd waaraan gerechtvaardigd vertrouwen kan worden ontleend.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f486ccf5d2bda758328bcfdcdda5fb590308983ce3086979f577156d18b96972. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f486ccf5d2bda758328bcfdcdda5fb590308983ce3086979f577156d18b96972, en de alinea staat in dat document op bytes 115558 tot 116687.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f486ccf5d2bda758328bcfdcdda5fb590308983ce3086979f577156d18b96972 | shasum -a 256