Citaat | Raad van State 20 maart 2019

Alinea 205 Raad van State 20 maart 2019

Een alinea uit Raad van State 20 maart 2019, ECLI:NL:RVS:2019:896.

5.12 Als u de zaak niet definitief afdoet, ware mijns inziens het college mee te geven dat als hij de belangen bij handhaving zwaarder acht dan die bij honorering van het door hem gewekte gerechtvaardigde vertrouwen dat niet zou worden gehandhaafd (en hij om beleidsmatige redenen evenmin wenst te legaliseren, hoewel legalisering mijns inziens geëist kan worden door [wederpartij]), hij [wederpartij]’s schade als gevolg van zijn schending van gewekt vertrouwen op niet-handhaving moet vergoeden omdat handhaving daarzonder onrechtmatig is. Weliswaar heeft [wederpartij] ter zitting desgevraagd verklaard dat zij geen schadevergoeding, maar honorering van het gewekt vertrouwen wenst in die zin dat wat haar rechtsvoorgangers 28 jaar geleden hebben gebouwd, mag blijven staan, maar dat moet u mijns inziens niet opvatten als het afzien van een subsidiaire vordering, mede gegeven dat [wederpartij] de boven (onderdeel 3) voorgestelde benadering wellicht niet kon voorzien en het onwaarschijnlijk is dat zij van een subsidiaire vordering tot schadevergoeding wilde afzien als de door haar gewenste nakoming (niet-handhaving) of legalisatie er niet in zou zitten. Zij heeft ter zitting ook een concreet bedrag gesteld aan volgens haar optredende waardedaling van haar woning als zij haar dakterras zou moeten verkleinen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f486ccf5d2bda758328bcfdcdda5fb590308983ce3086979f577156d18b96972. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f486ccf5d2bda758328bcfdcdda5fb590308983ce3086979f577156d18b96972, en de alinea staat in dat document op bytes 129128 tot 130466.