Citaat | Raad van State 20 maart 2019

Alinea 70 Raad van State 20 maart 2019

Een alinea uit Raad van State 20 maart 2019, ECLI:NL:RVS:2019:896.

1.9. Het college verwijst in hoger beroep naar uw uitspraak van 7 februari 2018 (zie noot 2) en betoogt dat aan [wederpartij] geen uitdrukkelijke, ondubbelzinnige en onvoorwaardelijke toezegging is gedaan door een daartoe bevoegde persoon, zodat rechtens geen basis voor te honoreren vertrouwen bestaat. Aan de in uw uitspraak van 22 april 2015 (zie noot 3) geformuleerde criteria voor een geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel wordt niet voldaan. Het college benadrukt dat een bouwinspecteur niet bevoegd is/was om toezeggingen te doen over al dan niet bestaande vergunningplicht voor een gerealiseerd of te realiseren bouwwerk. Het college betwijfelt dat een dergelijke toezegging is gedaan, nu [wederpartij] daarvan geen schriftelijke neerslag heeft overgelegd. Als een dergelijke toezegging al is gedaan, kan zij volgens het college rechtens niet als grond dienen voor het vertrouwen dat geen bouwvergunning was vereist. Evenmin zijn er andere bijzondere omstandigheden - enkel tijdverloop is onvoldoende - die reden zouden kunnen zijn voor afzien van handhaving, aldus het college.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f486ccf5d2bda758328bcfdcdda5fb590308983ce3086979f577156d18b96972. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f486ccf5d2bda758328bcfdcdda5fb590308983ce3086979f577156d18b96972, en de alinea staat in dat document op bytes 25733 tot 26840.