Citaat | Raad van State 20 maart 2019
Alinea 82 Raad van State 20 maart 2019
Een alinea uit Raad van State 20 maart 2019, ECLI:NL:RVS:2019:896.
1.16. [wederpartij] verklaarde desgevraagd nog steeds c.q. opnieuw beroep te doen op artikel 14 van de toenmalige gemeentelijke Bouwverordening, dat toeliet dat na melding van een mogelijk vergunningsplichtig bouwsel de gemeente te kennen geeft dat geen vergunning nodig is wegens ondergeschikt belang. Haar primaire stelling zou daarmee zijn dat geen vergunningsplicht bestaat c.q. het bouwsel destijds informeel vergund is doordat de gemeente nooit is teruggekomen op het door inspecteur Bos opgemaakte memo. Alsdan is er geen overtreding en evenmin bevoegdheid tot handhaving. Zoals boven (1.16) bleek, acht het college deze stelling alleen al onjuist omdat [wederpartij] geen incidenteel hoge beroep heeft ingesteld tegen de vaststelling van de rechtbank dat de gemeente bevoegd en in beginsel verplicht is tot handhaven. Uit de antwoorden op uw vragen ter zitting volgt dat [wederpartij] subsidiair het standpunt inneemt dat rechtens relevant vertrouwen is gewekt dat een vergunning niet kon of niet hoefde te worden aangevraagd en meer subsidiair dat niet gehandhaafd zou worden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f486ccf5d2bda758328bcfdcdda5fb590308983ce3086979f577156d18b96972. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f486ccf5d2bda758328bcfdcdda5fb590308983ce3086979f577156d18b96972, en de alinea staat in dat document op bytes 35190 tot 36291.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f486ccf5d2bda758328bcfdcdda5fb590308983ce3086979f577156d18b96972 | shasum -a 256