Citaat | Raad van State 20 maart 2019

Alinea 88 Raad van State 20 maart 2019

Een alinea uit Raad van State 20 maart 2019, ECLI:NL:RVS:2019:896.

1.20. Voor zover dat aan de orde zou zijn, beriep het college zich ter zitting echter op de formele rechtskracht van de verleende vergunning c.q. op uw Brummen-rechtspraak, (zie noot 9) er op wijzende dat [wederpartij] geen incidenteel hoger beroep heeft ingesteld tegen het oordeel van de rechtbank dat het college kan handhaven, en dat [wederpartij] een vergunning heeft gevraagd en gekregen voor een dakterras zonder die 1,2 meter langs de dakrand, die onherroepelijk is. [wederpartij] heeft ter zitting doen opmerken dat zij onder de dreiging van de dwangsommen niet het risico durfde nemen om een omgevingsvergunning voor het hele dak te vragen omdat van tevoren vaststond dat die geweigerd zou worden, waarna zij - onder veel groter rechtsonzekerheid dan thans en nog steeds onder de dreiging van de volle dwangsommen - zou moeten procederen óók ter zake van het inmiddels wél vergunde terrasdeel en ter zake van het inmiddels wél vergunde dakhuisje. Tegenover Brummen/formele rechtskracht lijkt zij aldus het civiele arrest van de Hoge Raad van 11 oktober 1996 (Leenders/Ubbergen) (zie noot 10) te plaatsen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f486ccf5d2bda758328bcfdcdda5fb590308983ce3086979f577156d18b96972. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f486ccf5d2bda758328bcfdcdda5fb590308983ce3086979f577156d18b96972, en de alinea staat in dat document op bytes 40662 tot 41796.