Citaat | Raad van State 16 januari 2019

Alinea 32 Raad van State 16 januari 2019

Een alinea uit Raad van State 16 januari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:98.

4.2. Volgens bestendige rechtspraak van de Afdeling (zie de uitspraken van 29 november 1996 in zaak nr. E03.94.1703 (AB 1997/66) en 30 maart 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BP9590) moet een mededeling van een bestuursorgaan dat het in een bepaald geval niet bevoegd is het door verzoeker gewenste rechtsgevolg te bewerkstelligen in beginsel worden aangemerkt als een besluit als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, van de Awb. Een dergelijke mededeling houdt in ieder geval een oordeel in over de aanwezigheid en de reikwijdte van de door de aanvrager veronderstelde bevoegdheid. Indien echter aan het bestuursorgaan waaraan het verzoek is gericht, geen enkele bevoegdheid is toegekend in het kader van de uitvoering van de wettelijke regeling waarop het verzoek betrekking heeft en het ook geen bemoeienis heeft met de aan andere bestuursorganen opgedragen uitvoering en handhaving van deze wettelijke regeling, is geen sprake van een besluit.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9efaa7bdbeee9b023c900f07d50831bcae8a4a52daa099d638cee8d13a375472. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9efaa7bdbeee9b023c900f07d50831bcae8a4a52daa099d638cee8d13a375472, en de alinea staat in dat document op bytes 10963 tot 11917.