Citaat | Raad van State 16 januari 2019

Alinea 34 Raad van State 16 januari 2019

Een alinea uit Raad van State 16 januari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:98.

4.3. De mededeling van de minister in de brief van 6 augustus 2018 houdt diens beoordeling in aangaande de aanwezigheid van de door Meer Democratie veronderstelde bevoegdheid op grond van artikel 6, eerste lid, van de Wrr. Deze mededeling is van meer dan feitelijke aard en moet als een besluit in de zin van de Awb worden aangemerkt. De hiervoor bedoelde uitzondering doet zich naar het oordeel van de Afdeling niet voor. Partijen zijn verdeeld over de vraag of de Wrr nog geldt en of de op grond van die wet aan de minister toekomende bevoegdheden nog kunnen worden uitgeoefend. De bedoeling van de vermelde rechtspraak is juist om te waarborgen dat er rechtsbescherming kan worden geboden door de bestuursrechter indien een bestuursorgaan stelt niet bevoegd te zijn een besluit te nemen waarom is verzocht. De bestuursrechter moet kunnen beoordelen of dat bestuursorgaan zich terecht op dat standpunt stelt. Nu de rechtsbescherming op grond van de Wrr bij de Afdeling in eerste en enige aanleg was neergelegd, acht de Afdeling zich in dit geval bevoegd om kennis te nemen van het door Meer Democratie ingestelde beroep.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9efaa7bdbeee9b023c900f07d50831bcae8a4a52daa099d638cee8d13a375472. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9efaa7bdbeee9b023c900f07d50831bcae8a4a52daa099d638cee8d13a375472, en de alinea staat in dat document op bytes 12375 tot 13516.